VERWEY, K. (KEES)

1900 Amsterdam – 1995 Haarlem

Kees Verweij koos zijn onderwerpen dicht bij huis. In de wereld om hem heen ging een “onvoorstelbare bron van schoonheid”schuil. Iedere dag weer opnieuw. Hij leefde bijna de hele 20ste eeuw en zag vele kunststromingen aan hem voorbij trekken. Hij bleef echter trouw aan zichzelf. Hoewel hij “de kluizenaar aan het Spaarne”werd genoemd, volgde hij alle vernieuwingen op de voet. Zijn uitgangspunt is altijd de waarneming geweest; zijn werk werd steeds krachtiger en expressiever.
Peter Struyken ( Den Haag 1939) schreef over Verweij in een tentoonstellingscatalogus in 1988 het volgende: ” Met grote aandacht en bewogenheid voor zijn onderwerp en met een timmermansoog voor kleurverhoudingen en hun plaats in de ruimte, schildert hij stillevens, bloemen en portretten en maakt hij tekeningen. In ieder van die genres (…) komt een andere kant van Verweij naar voren. En iedere kant zit vol variatie. (….) Bijzonder vind ik de manier waarop hij de kleur moduleert tot vorm. Zelden ontstaat een vorm door een beschrijvende lijn. Als hij die toch gebruikt, dan vooral om het grafische effect tegenover het overwegend vlekkarakter van het schilderij. Vorm ontstaat bij Verweij uit kleurverschil (….) “

Alle werken: