MANKES J. (JAN)

1889 Meppel – 1920 Eerbeek
Het werk van Jan Mankes kenmerkt zich met name door een zekere stilte. In 1923 noemt Richard Roland Holst Mankes “Hollands meest verstilde schilder”. Deze stilte wordt veroorzaakt door evenwichtige composities en ingetogen kleurgebruik, alsmede een nauwelijks zichtbare penseelstreek. Hoewel Mankes een avondopleiding op de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag volgde, naast zijn werk als leerling glasschilder, is hij voor het grootste gedeelte autodidact. In 1908 besluit hij vrij kunstenaar te worden en is vanaf het begin succesvol. De steun van een mecenas A.A.M.Pauwels maakt dat hij zich geheel aan het schilderen en (v.a. 1912) aan het houtsnijwerk en etsen kan wijden. Zijn gehele oeuvre ontstaat tussen 1907 en 1918 en omvat ongeveer 150 schilderijen ( merendeels op klein formaat), een 100-tal tekeningen en ruim 40 bladen grafiek, voornamelijk etsen en houtsneden. In 1915 trouwt hij met Annie Zernike, de eerste vrouwelijke dominee in Nederland. Door zijn verstilde werk, zijn grote liefde voor de natuur en zijn ziekte waardoor hij wat meer teruggetrokken moest leven is er een aura van kwetsbaarheid om de persoon van Jan Mankes gegroeid. Uit zijn brieven maar ook uit zijn werk klinkt een standvastige en hardwerkende man, met een grote belangstelling voor de wereld om hem heen.

Alle werken: